Kleur bekennen

“Mam, ik hoop zo dattie bruin is!” Verbaasd kijk ik mijn jongste dochter aan. Met de pietendiscussie in het achterhoofd ben ik ongewenst scherp op alles naar racisme riekt. “Wat maakt het nou uit wat voor kleur ‘ie is? Als ie maar lief is toch?” “Ja maar dan lijkt ie op Olivia, je weet wel, het paardje waar ik in Nederland wel eens op rijd”. Het gaat haar dus om de kleur van het paard waarop ze rijles krijgt. Niet dat van Sinterklaas gelukkig. Dat zou er nog eens bij moeten komen, bij al die kleurenheisa…

Zwarte thee, donkere sokzolen, pure chocolade… ik houd er niet van. Op blanke vla, kraakheldere witte overhemden en whitewash vloeren ben ik daarentegen juist dol. Ben ik daarmee racistisch? Het lijkt er de laatste tijd wel op want alles wat zwart is moet worden beschermd en alles wat wit is, is daar de oorzaak van. Van een Sylvana Simons die op tv roept: “Alle blanken die vóór Zwarte Piet zijn, zijn medeplichtig aan racisme!” gaan mijn haren recht overeind staan. En dat komt niet door haar huidskleur!

Ik heb er lang over nagedacht, maar ik kan de racismediscussie en de Sinterklaastraditie niet rijmen. Ik herinner me dat ik als kind genoot van een heerlijke, spannende tijd waarin ik net iets zoeter was dan de rest van het jaar. Maar dat ik medelijden zou moeten hebben met de Pieten omdat ze zouden worden onderdrukt en uitgebuit door Sinterklaas, is werkelijk nog nooit in me opgekomen. Sinterklaas interesseerde me eigenlijk ook niet zo, die was er al meer dan honderd jaar en leek me een rustige oude knar. Maar die Pieten, daar was ik fan van! Altijd vrolijk, in voor een geintje en ze hadden allemaal hun eigen talent; zo inspirerend!

Sinds ik van mn geloof ben gevallen, zie ik achter het pakjesfeest ook de moraal van goed en kwaad, van vrijgevigheid en van gelijkheid van kinderen, ongeacht hun achtergrond. Zoals het een sprookje betaamt, zou de moraal mensen van allerlei pluimage moeten aanspreken. En zoals de meeste sprookjes is ook dit verhaal ontsproten uit de fantasie van een schrijver, in dit geval onderwijzer Jan Schenkman die in 1850 het prentenboek over Sinterklaas en zijn knecht schreef. In het onlangs gepubliceerde boek ‘1000 jaar Sinterklaas’ zetten onderzoeksjournalist Peter van Trigt en schrijver Hans Kreuger uiteen dat zwarte Piet een metafoor is en niets met slavernij te maken heeft. Al was het maar omdat de Nederlandse slavenhandel pas 1.400 jaar later begon. De enige waarheid waarop Schenkman zich baseerde, was het bestaan van ene Sint Nicolaas die in de vierde eeuw na Christus werd geboren in Griekenland en later naar Turkije werd uitgezonden waar hij kadootjes gaf aan kinderen. Iets wat in deze tijd voor een Rooms-Katholieke geestelijke te denken zou geven. De rest, de stoomboot, de schoorsteen, Madrid en ook zwarte Piet zijn verzonnen elementen met een figuurlijke betekenis. Net als de heks, de reus en de wolf in de sprookjes van Grimm, zo staat in dit sprookje de kleurrijk uitgedoste en zwart geschminkte zwarte Piet voor het kwaad. Zwart is nu eenmaal angstaanjagender dan wit. Daarom zijn engelen wit en duivels zwart en niet andersom. Het is slechts een kleur en zelfs daarover verschillen de meningen.

De afgelopen decennia is de Sinterklaastraditie al veel minder ‘zwart-wit’ geworden dan in mijn kindertijd. Zo zijn de roe en de zak, waarin stoute kinderen naar Spanje zouden worden meegenomen, uit beeld verdwenen. De Pieten hebben overall een veel vrolijker, vriendelijker en eigen karakter gekregen. Het Sinterklaasjournaal heeft daar natuurlijk een belangrijke rol in gespeeld en juist daarom valt het me zo tegen dat zij zwichten voor protesten die geen hout snijden.

Als het ergens uitmaakt welke huidskleur je hebt, dan is t wel in Zuid-Afrika. Eeuwenlang is de zwarte bevolking hier gedomineerd door blanke kolonisten. De Apartheid is ruim 25 jaar geleden afgeschaft, maar gelijke rechten zorgen nog niet direct voor gelijkheid. De plek van je wieg bepaalt nog steeds voor een groot deel hoe je leven eruit komt te zien. Dat heeft ook te maken met een generatie ouders die de Apartheid zelf hebben ervaren. Die pijn, dat neemt nieuwe wetgeving niet zomaar weg en dat krijgen hun kinderen mee. En ook blanken moeten wennen aan de nieuwe gelijkheid. Het duurt waarschijnlijk nog generaties voordat huidskleur geen associaties meer oproept in sollicitatiegesprekken en relaties. Zelfs als blanke Europese kan ik me boos maken over het verschil in kansen voor blank en zwart dat nog altijd bestaat. Maar om dat nou te koppelen aan vla, chocola of een kinderfeest met geschminkte figuren? Laten we dat niet doen. Dan mag mijn dochter onbezorgd op een bruin paard rijden…

Swallows

 

Waren we vorig jaar nog ‘tourists’, nu zijn we officieel ‘swallows’ geworden. Voor de tweede keer brengen wij een deel van de Nederlandse koude wintermaanden door in het warme Zuid-Afrika en we zijn niet de enigen. Wij en onze mede-vluchtelingen worden dus swallows genoemd, zwaluwen.

Het is wel een mooie vergelijking als je weet dat de Nederlandse boerenzwaluw in september zijn broedgebied verlaat om in Afrika te overwinteren. De meesten vinden hun winterverblijf in West- en Centraal-Afrika, maar er zijn er ook die doorvliegen tot in Zuid-Afrika. En het mooie: als het daar weer kouder wordt, keren ze terug naar hun oude broedplaats in Nederland. Ze moeten er wat voor over hebben want met zo’n 200 kilometer per dag duurt de oversteek natuurlijk wel een paar weken. Maar het is hen blijkbaar de moeite waard want ze doen het al eeuwen.

Ik begrijp hen maar al te goed. Ik houd van de lente en de zomer: ze brengen nieuw leven, warmte en licht. Als de temperatuur begint te stijgen, lijkt iedereen uit z’n winterslaap te komen om zuurstof op te snuiven. De geur van vers gemaaid gras, het geluid van de grasmaaier die daarvoor zorgt… zodra mijn sokken plaatsmaken voor nagellak voel ik het geluk van de lente die de zomer aankondigt. Niet dat ik een hekel heb aan de winter hoor, maar langer dan een maand of twee hoeft die van mij niet te duren. Net lang genoeg om daarna de nieuwe lente weer hartelijk welkom te heten.

Me verder verdiepend in de boerenzwaluw (wiens Latijnse naam Hirundo rustica luidt), voel ik meer en meer verwantschap met deze vogel. Zijn verspreidingsgebied beslaat vrijwel de hele wereld (behalve de poolgebieden) en hij leeft al duizenden jaren in de nabijheid van de mens. In de literatuur van de Oude Wereld werd hij, als aankondiger van de lente, door veel boeren gezien als brenger van geluk: daar waar een zwaluw zijn nest bouwt, zal voorspoed heersen en zal de bliksem niet inslaan. Voor zeelieden stond deze vogel symbool voor een veilige thuisvaart.

De boerenzwaluw is een opvallende verschijning door zijn blauwzwarte verenkleed en zijn gevorkte staart. Daarmee is hij enorm snel en wendbaar in de lucht tijdens zijn jacht op vliegende insecten. Tijdens het zoeken naar een mooie foto bij dit blog kwam ik erachter dat zwaluwen lastig zijn vast te leggen doordat ze zo snel zijn. Zijn korte snavel heeft een brede mondopening. Ze kwetteren daarmee voortdurend, een geluid dat ook tijdens de vlucht gehoord kan worden. Tot zover de vergelijking met mijn persoonlijkheid ;-).

Het bleef lange tijd onduidelijk waar de zwaluwen overwinterden. Sommigen geloofden dat ze een winterslaap hielden op vijverbodems. Pas aan het begin van de twintigste eeuw werd, dankzij ringonderzoek, duidelijk dat de zwaluwen aan het einde van het broedseizoen richting de evenaar trekken, op zoek naar warmere insectrijke gebieden. En hoewel ik persoonlijk liever een iets anders op het menu zie, trekt die warmte en dat licht ons nu voor de tweede en voorlopig laatste keer naar het warme zuiden. Volgend jaar gaat onze Teun naar de ‘middelbare’, een nieuwe levensfase waarin we hem een goede start gunnen zonder onderbreking. En daarmee zijn we voorlopig zwaluw-af. Want één zwaluw maakt nog geen zomer, maar twee zomers maken ons ook nog geen zwaluwen.

In het Midden van Nergens

Na 39 verjaardagen in het donker te hebben gevierd, leek het me heerlijk om dat nu eens in de stralende zon te ervaren. Zonder het gedoe van taart, hapjes en drankjes en ja zelfs zonder facebook! Maar wel met mijn eigen gezin en het gezin waar ik in ben opgegroeid. Naarmate vandaag dichterbij kwam, kreeg ik er echter steeds minder zin in. Natuurlijk zou ik de felicitaties van m’n lieve vrienden en familie missen, maar dat was het niet. Ik hikte echt aan tegen die grote VIER PUNT NUL, zoals mijn een voor een veertigwordende vriendinnen het hoopvol noemen.

Het contrast dat ik voor deze verjaardag hoopte te vinden, hebben we de afgelopen dagen zeker ervaren. Dagenlang reden we door het woestijnlandschap van Namibië, afgewisseld met diepe rotskloven en zoutpannen, zonder ook maar iemand tegen te komen. Over niets dan gravelwegen met uitzicht op de eindeloze horizon, dwarrelde de stofwolken achter onze 4×4 uiteindelijk weer neer, wachtend op de volgende voorbijganger. Eens in de paar uur ontdekten we tot onze verbazing iets dat op een nederzetting leek: een paar hutten, wat geiten en… jawel hoor: mensen. Kinderen! Met mijn op ontwikkeling ingestelde brein, kon ik de gedachte niet onderdrukken: Hoe gaan die kinderen dan naar school? Hoe ontwikkelen zij zich met ouders die zeer waarschijnlijk ook geen scholing hebben gehad?

Alles staat bij ons in het teken van ‘Vooruitgang’. Het heeft mij persoonlijk veel gebracht: comfort (een fijn huis, lekker bed en veel gaat automatisch), gezondheid (hygiëne, goed eten en schoon drinkwater) en ik denk zelfs geluk (drie gezonde nageslachtjes die ik hetzelfde vooruitzicht kan bieden). Al kan ik mijn geluksgevoel natuurlijk moeilijk vergelijken met dat van de moeder in het hutje in het Midden van Nergens. Zou zij de vooruitgang missen? Zich beperkt voelen in haar ontwikkeling? Of ontwikkelt zij zich in een ander tempo? Een tempo dat misschien wel meer geluksgevoel geeft dan de stress en gejaagdheid die gepaard gaan met het door onszelf aan onszelf opgelegde moordende tempo waarin wij vinden dat alles moet gaan? Ik verplaats mezelf een moment in haar schoenen en het eerste gevoel dat me overvalt is, gek genoeg: verveling. Blijkbaar baart niet het gebrek aan comfort en gezondheid, en dus een grote kans op een korter leven, me zorgen, maar wel de beperking om iets met mijn creativiteit te kunnen doen! Natuurlijk kun je een mooiere hut bouwen, als je omgeving je die (natuurlijke) middelen biedt. Maar hoe los je problemen als voedsel- en waterschaarste op? Als je niet wordt geprikkeld door wat anderen al hebben bedacht, blijven je gedachten veelal in rondjes en misschien wel steeds langzamer draaien. Mijn brein is blijkbaar toch verslaafd aan deze prikkeling en de vaardigheid daarover (snel) te kunnen NADENKEN en mezelf te ontwikkelen. Ik heb het haar niet kunnen vragen maar ik kan me niet voorstellen dat de moeder in het hutje in het Midden van Nergens daar ‘last’ van heeft. Wij noemen dat mindfull. Zij noemt het niets, zij IS gewoon.

En net als je dacht zelfs God dit gebied was vergeten, kom je op een plek die men hier, waarschijnlijk om die reden, ‘Plaats van God’ heeft genoemd. Tussen de gigantische rode, stenen knikkers, die op de een of andere manier op elkaar terecht zijn gekomen, horen we een stilte die letterlijk pijn doet aan je oren. In dit landschap voel je je vooral nietig. Zonder regels of gezag haal je het hier niet in je hoofd om een ‘footprint’ achter te laten. Zelfs toeteren (wat automatisch gebeurt als we de auto vergrendelen) voelt hier als vervuiling. Dit landschap is gedurende miljoenen jaren gevormd en zal, als de mens er met z’n ontwikkelende handen vanaf blijft, zich nog miljoenen jaren door vormen. In een tergend traag tempo, dat wel. Of is dat relatief en zijn die veertig jaar dat ik besta eigenlijk een vingerknip? Tijdens mijn laatste avond als dertiger kijk ik omhoog naar de gitzwarte hemel met ontelbare kraakheldere sterren. De gedachte aan de onmeetbaarheid van het heelal doet me duizelen dus zoom ik toch maar even in op mijn nietige zelf. Ik ben ik de afgelopen vier decennia zonder noemenswaardige kleerscheuren doorgekomen. Sterker: ik heb ervan genoten! Hoe zal het me de komende halve eeuw vergaan? Is the best yet to come of heb ik m’n beste tijd gehad? Ik heb het gevoel dat ik me zowel wat betreft deze bijzondere plek als mijn nieuwe leeftijd in het Midden van Nergens bevind. Maar misschien moet ik daar wat minder over nadenken en gewoon (veertig) ZIJN.

Lekker mindfull…

Missen

Missen is ‘het nare gevoel hebben dat je iets of iemand niet (meer) hebt’, aldus woorden.org. Hoewel ik het vooraf onzin vond, missen wij hier de hagelslag en de ontbijtkoek zodanig dat we regelmatig naar het Hollandsche Winkeltje in Paarl rijden om voor 68 ZAR per pak (ik durf je niet voor te rekenen hoe belachelijk duur dat is) echte De Ruijter te kopen ☺. Ook het Nederlandse nieuws hoef je niet te missen, al zou je dat bijna wel willen met alle ellende in Europa. Wie had kunnen voorspellen dat we meer in de war zouden zitten over jullie veiligheid dan jullie over die van ons? Familie en vrienden hoef je eigenlijk ook niet te missen, want via Skype, Facetime en Whatsapp heb je praktisch iedereen die je lief is onder de knop. Daarbij helpt het te weten dat de fysieke afstand tijdelijk is en het goed gaat met ons en met iedereen in Nederland die ons lief is.

Maar wat als je iemand voor altijd moet missen? Als je ‘iemand niet meer hebt’…? Vorige week bereikte ons het trieste bericht dat Arthur Zwinkels voor altijd gemist moet worden. Het bericht kwam niet onverwacht, maar het kwam wel binnen. Mijn gedachten dwaalden af naar precies twee jaar geleden toen mijn vriendinnetje Esther haar eindstrijd voerde. De dagen werden korter en haar wereld werd kleiner. Iedere dag ging ik bij haar langs, soms vijf minuutjes, alleen om een knuffel te geven, soms langer en steeds vaker bracht ze het grootste deel van mijn bezoek slapend door. Op 1 december 2013 verloor ze de strijd. En ondanks dat ik haar maar twee jaar in m’n leven heb gehad, denk ik nog elke dag aan haar. Ik mis haar droge humor, haar nuchterheid, ik mis haar als moeder van Kiek en Ies… En ik mis het onbezorgde gevoel dat mijn einde en dat van mijn geliefden nog mijlenver voor me ligt, als een stipje aan de horizon. Met de 4 0 in zicht start, als ik geluk heb, mijn tweede helft. Misschien dat deze extra lange ‘rust’ dat nog even kan uitstellen…

Na zeven weken onafgebroken samenzijn, is Mark nu een weekje in Nederland. En dat is even wennen, voor ons allemaal. Tegen het missen zoeken we afleiding, dan wordt het vanzelf vrijdag. Maar de angst voor dreiging, ongeval of ziekte lijkt te groeien als je elkaar niet ziet. Daarin merken we dat ook de kids al een stukje van hun onbevangenheid kwijt zijn: “Wat als het vliegtuig neerstort?” “Wat als er een bom ontploft op het vliegveld?” “Wat als… we er maar gewoon op vertrouwen dat ‘ie weer veilig ‘thuis’ komt en we de rest van ons avontuur kunnen gaan beleven?” Dat vonden ze een goed idee. En ze kropen met z’n drieën in het kingsize bed en droomden over Reispiet die met zijn hunebedsteen op de deur klopte en hun schoenen vulde met een witte chocoladeletter… Lekker hoor, je kop in het zand ;-).

Think again…

Met afschuw zien we ook hier de beelden van de aanslagen in Parijs voorbij komen. We zijn verbijsterd: hoe is dit mogelijk in onze beschaafde westerse wereld? We kunnen het niet begrijpen…

Volgens terrorisme-expert Peter Knoope “haat een groot deel van de wereld ons”. In grote delen van de wereld heersen woede, ontevredenheid en anti-westerse sentimenten. In tegenstelling tot de ISIS-extremisten zetten deze mensen niet daadwerkelijk de stap naar barbaars geweld, maar ze kunnen wel begrijpen waarom er mensen zijn die dat wel doen. Het gaat naar schatting om vijf miljard(!) mensen die een hekel aan ‘ons’ hebben. Waarom? Hoe kun je zo’n ontwikkelde, geciviliseerde en rechtvaardig ingerichte maatschappij haten? Dat wil toch iedereen?

Dat dachten we ook toen wij Nederlanders (en later de Britten) in de 17e eeuw Zuid-Afrika koloniseerden. We brachten beschaving en ontwikkeling in een land dat al 25.000 jaar werd bewoond door de Khoikhoi, San, Xhosa, Zoeloe en andere primitieve stammen. Is het er beter van geworden? In eerste instantie wel. In 1652 stichtte Jan van Riebeeck namens de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) een bevoorradingsstation op Kaap de Goede Hoop en er ontstond ruilhandel met de oorspronkelijke bewoners. In 1670 besloot de VOC de verversingspost flink uit te breiden. Een grootschalige uitbreiding naar het binnenland vond plaats onder Simon van der Stel. De Kaapkolonie werd bevolkt door Europese calvinisten, voornamelijk afkomstig uit Nederland, maar ook uit Duitsland, Frankrijk (de Hugenoten, die later het dorp Franschhoek stichtten, waar wij nu wonen), Schotland en andere landen. De nieuwkomers vernietigden grotendeels de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika, in drie oorlogen. Vanwege het gebrek aan arbeidskrachten werden mensen uit Indonesië, Madagaskar en India geïmporteerd en zo ontstond de slavernij die tot 1835 zou duren.

Toen eind 19e eeuw diamant- en goudaders werden ontdekt, waren de Britten er als de kippen bij. Ze hadden twee oorlogen nodig om de boeren (blanke Afrikaners) te verslaan en hun vrouwen en kinderen in concentratiekampen te laten sterven aan ondervoeding en ziekten. Boerderijen en oogsten werden verbrand om de voedselvoorziening van de boeren te verstoren zodat de Britten zich verder konden verrijken. Om te voorkomen dat de Boerennatie volledig zou worden vernietigd als ze zouden doorvechten, werd op 31 mei 1902 een vredesverdrag met de Britten getekend. Het Verdrag van Vereeniging regelde volledige Britse soevereiniteit over de Boerenrepublieken. Het Britse bestuur probeerde gedurende korte tijd de Boerenbevolking te verengelsen door het Engels op scholen verplicht te stellen, maar dit mislukte en vergrootte de woede van de Boeren alleen maar. Deze verplichting werd geschrapt toen de Liberalen in 1906 in het Verenigd Koninkrijk aan de macht kwamen.

In 1913 werd de Land Act aangenomen, die het grondgebied grotendeels aan de blanken toewees. Zeventig procent van de Zuid-Afrikaanse bevolking werd door de Land Act gedwongen te leven op zeven procent van de beschikbare grond. Aanvankelijk werd nog gestreefd naar samenwerking tussen Afrikaans- en Engelssprekende blanken, maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was de rassenscheiding compleet. Onder de naam ‘apartheid’ werden veel (stem)rechten ontnomen aan zwarte mensen en mensen van gemengd ras (kleurlingen). Huwelijken tussen mensen van verschillende rassen werd verboden en speciale scholen werden gesticht die alleen zwarte leerlingen aannamen. In winkels moesten blanke klanten altijd worden geholpen voor zwarte. Zwarten moesten speciale interne paspoorten bij zich dragen als ze zich in blanke gebieden wilden begeven. Als ze dit niet deden konden ze gearresteerd worden.

Zowel van zwarte als van blanke kant werd hevig geprotesteerd tegen de apartheid, maar deze protesten en opstanden werden hardhandig onderdrukt door veiligheidstroepen. In 1960 riep het apartheidsregime internationale verontwaardiging op, door het bloedbad van Sharpeville, waarbij 67 ongewapende zwarte protesterenden (onder wie vrouwen en kinderen) werden doodgeschoten en meer dan 180 gewond raakten. Direct na deze tragedie werden het ANC en andere zwarte politieke organisaties officieel verboden.

Op 31 mei 1961 ontstond de Republiek van Zuid-Afrika waarmee de laatste banden met de Britse monarchie werden verbroken. Onder de nieuwe president Hendrik Verwoerd werden in de jaren zestig 3,5 miljoen zwarten met geweld uit hun huizen verdreven naar speciaal daarvoor ingerichte thuislanden, in een poging de apartheid minder racistisch te doen lijken. Op deze manier ontstond een serie, door zwarten geregeerde, marionettenstaten, en aan de zwarten werd de keuze gegeven naar welke van deze quasi-autonome thuislanden ze wilden vertrekken. Deze keuze werd meestal gebaseerd op de etnische groep waartoe ze meenden te behoren. De regering rechtvaardigde deze regeling door te stellen dat zwarte Zuid-Afrikaners eigenlijk de oorspronkelijke bewoners van deze staten waren, niet van de Republiek. Voor het ANC en een splintergroep, het Pan Africanist Congress, was dit aanleiding om over te gaan tot gewelddadige acties.

Het ANC beperkte zich voornamelijk tot strategische doelen zoals stroomcentrales (waarvoor de latere president Nelson Mandela gevangen werd gezet) en andere infrastructuur, terwijl de Pan-Afrikanisten overgingen tot meer willekeurige terreuracties.

In 1975 werd besloten een lang vergeten wet uit te voeren waarin werd voorgeschreven dat secundair onderwijs alleen in het Afrikaans (de taal van de blanke boeren en de kleurlingen) mocht worden gegeven, in plaats van in het Engels of een inheemse taal. Verscheidene onderwijzers die weigerden deze regel toe te passen, werden ontslagen. Hierop namen hun collega’s collectief ontslag. De spanningen liepen al snel op. Studenten die weigerden hun werkstukken in het Afrikaans te schrijven werden van school gestuurd. Van de ene na de andere school gingen de leerlingen in staking, waarop de regering reageerde door de scholen te sluiten en de stakende leerlingen te verbannen. Op 16 juni 1976 werd in het zwarte district Soweto bij Johannesburg een protestmars georganiseerd. Zo’n 20.000 studenten arriveerden in groepen, op korte afstand gevolgd door de politie. Er ontstonden conflicten en de politie reageerde met het afvuren van traangas, en later kogels, in de mensenmenigte. Gedurende de rellen brachten internationale nieuwsorganisaties beelden naar buiten van ongewapende demonstranten die wreed werden afgeslacht door veiligheidstroepen. Je kent waarschijnlijk wel het beroemde beeld van de 13-jarige Hector Pietersen die wordt weggedragen na te zijn doodgeschoten door de politie. Dit nieuws drong echter niet door tot de blanke minderheid in Zuid-Afrika zelf, aangezien de media er nauwelijks aandacht aan besteedden als gevolg van de strikte controle door het apartheidsregime.

De internationale druk op de regering van Botha om onderhandelingen met de zwarte meerderheid aan te gaan, nam toe. Begin 1989 werd Botha opgevolgd door president De Klerk. In zijn openingstoespraak tot het parlement in 1990 kondigde hij de afschaffing van de discriminatiewetten aan. De Klerk zocht Mandela op in de gevangenis op Robben Eiland, waar ze onderhandelden over vrije verkiezingen.

Na 27 jaar gevangenschap werd op 11 februari 1990 Nelson Mandela vrijgelaten, een gebeurtenis die over de gehele wereld rechtstreeks op televisie te volgen was. In 1993 keurden 21 politieke partijen een nieuwe nationale grondwet goed, gevolgd door democratische verkiezingen waarmee een meerderheidsregering een feit werd. Het ANC kwam aan de macht en Nelson Mandela werd de nieuwe president. Hem wachtte de schone taak om voort te zetten waar De Klerk al mee was begonnen: het verdeelde Zuid-Afrika om buigen naar een gelijk, niet discriminerend eerste wereld land. Maar hoe integreer je blanken die op het welvaartsniveau van de eerste wereld leven, en zwarten die leven op een erbarmelijk derde wereld welvaartsniveau? Na 20 jaar heerst er nog steeds grote ontevredenheid onder grote delen van de bevolking. Vele zwarten hebben het nog zwaarder dan tijdens de apartheid en ook voor blanke Afrikaners valt het niet mee sinds bedrijven worden gedwongen een bepaald percentage zwarte werknemers aan te nemen. De krottenwijken, rond Kaapstad ook wel de Cape Town flats genoemd, puilen uit van de eerloze golfplaten hutjes waarin inmiddels ook al ruim 700.000 blanke Afrikaners wonen. Daarnaast zijn van de oorspronkelijk 6 miljoen blanken in Zuid-Afrika bijna 2 miljoen vertrokken naar landen zoals Australië, de Verenigde Staten, Canada, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Dertig procent van de bevolking is werkloos en de zwarten werken nog steeds voor een habbekrats voor de blanken. Het gaat waarschijnlijk nog decennia duren om die ongelijkheid op te heffen, als het al gebeurt.

Tot zover het stukje geschiedenis van Zuid-Afrika. Fijn dat je het even hebt willen lezen, want naast dat het interessant is, is het ook leerzaam. De geschiedenis herhaalt zich keer op keer en we lijken er weinig van te (willen) leren. Want in de strijd om rijkdom en religie (waarmee ik niet alleen het geloof in een god bedoel, maar ook in bepaalde normen en waarden) leidde tot nu toe louter tot onderdrukking.

Voor de cold-hearted extremisten kan en wil ik geen begrip opbrengen, maar ik wil wel begrijpen waarom die vijf miljard ‘onderdrukten’ hen begrijpen. Volgens Knoope moeten we ons idee over ‘tijd’ onder de loep nemen. Waar de moderne, westerse samenleving gaat over (de maakbaarheid van) de toekomst, is voor hele bevolkingen van groter van belang wat er in het verleden is gebeurd. Dat wat hun ouders is overkomen, wordt door hun kinderen nog fanatieker ingezet om hun hedendaagse samenleving vorm te geven. En het wordt gevoed door onze agressieve houding ten opzichte van moslims. Zij zijn ervan overtuigd dat westerlingen moslims proberen te vernederen, hen geen rechtmatige positie in de wereld gunnen.

Zeker! Ik voel me erg thuis in een democratische wereld, waar je zelf mag bepalen of en welke religie je aanhangt. Waar je mag demonstreren tegen racistische Zwarte Piet en waar je het Sinterklaasfeest mag vieren zoals jij het ooit hebt meegekregen. Waar je op je eigen website en op social media je (onbeschaafde) mening mag ventileren zonder bang te zijn dat je erom wordt vermoord. Maar wordt het niet eens tijd dat we stoppen met het opdringen van onze ‘religie’ van democratie en vooruitgang aan de in onze ogen primitieve volkeren in Afrika, Azië, ja waar eigenlijk niet? Tijdens de kruistochten en kolonialisering trokken we al rond als ‘Jehovah’s getuigen’ om te prediken dat onze zienswijze alles beter maakt, om ondertussen alle schatten van het land te confisqueren. Terwijl de traditionele systemen op dat moment in die landen prima werkten, drongen wij hen een nieuw ‘beschaving’ op, gebaseerd op onze ideeën over mensenrechten en internationale rechtspraak. En onze hebzucht, want we doen het alleen in landen waar iets te halen valt.

Misschien ben je een goede vriend of gewaardeerd familie van me en ben je het totaal niet met me eens. Misschien vind je dat het ons goed recht is dat we ons bolwerk van verworvenheden verdedigen door landen die er in jouw ogen bedreigende ideeën op na houden openlijk af te keuren en door voor (ons) geweld vluchtende inwoners aan de grens te weren. Of misschien ben je er zelfs van overtuigd dat we de onderdanen van die gevaarlijke dictators moeten bevrijden van hun juk door hun land te bombarderen, zodat ze eindelijk kunnen gaan leven volgens onze fijne normen en waarden. Laat je angst dan even los en bedenk dat haatdragende uitingen over de islam voedingsbodem zijn voor ISIS om te roepen dat de westerse wereld de vijand is. Dus think again…

Als ik de oplossing had, dan voerde ik nu waarschijnlijk de strijd van Nelson Mandela. Hij zei ooit: “Ik heb geleerd dat moed niet de afwezigheid van angst is, maar de overwinning ervan”. Het overwinnen van de angst voor meer aanslagen begint volgens mij bij het doorgronden van de woede die ten grondslag ligt aan dat geweld. En dan kom je misschien wel weer bij je eigen beschaafde westerse wereld uit…

Als je taal maar goed zit

Al heel jong had ik door dat je met taal magische dingen kunt doen. Niet dat ik dat kan, ik ben stinkend jaloers op de taalvirtuozen die je met hun verhalen aan het denken zetten of zelfs je mening of bui kunnen veranderen. Quotes, gedichten, editorials, artikelen en boeken… ik kan blijven lezen. En gelukkig heb ik zelf ook aardig leren schrijven zodat ik m’n ei kwijt kan in communicatiewerk en dit blog. En ooit… ooit schrijf ik een boek. Je moet blijven dromen he?

Naast letters ben ik ook gek op cijfers, vooral als ze over ‘letters’ gaan. Wist je dat er ongeveer 6.800 talen bestaan in de wereld? Als je de dialecten meetelt, kom je zelfs tot meer dan 9.000, maar die tel ik nu even niet mee. Van die 6.800 talen zijn er 2.261 gebaseerd op een geschreven systeem, de andere bestaan enkel in gesproken vorm. Meer dan de helft van de talen heeft minder dan 2500 sprekers, 30% zelfs minder dan 1.000 sprekers! Wetenschappers beweren dat als een taal minder dan 100.000 sprekers heeft (en dat geldt voor 90% van de talen) het niet behouden zal blijven. Blijven er nog steeds 680 talen over… ben benieuwd of Ivo Niehe die allemaal beheert ;-).

Het Nederlands staat op de 48ste plek met 20 miljoen sprekers, wat het een middelgrote taal maakt. De grootste taal wordt gesproken door de Chinezen; het Mandarijns met meer dan een miljard sprekers. Hierna volgen Engels met 765 miljoen en Spaans met 466 miljoen sprekers. Best handig dus als je ten minste één taal uit de top 3 leert spreken. Ik ben er een groot voorstander van om daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen, gewoon omdat je als kind nu eenmaal makkelijker een taal oppikt dan als volwassene. Daarom heb ik op de basisschool van mijn kids net zo lang gezeurd om Engelse les vanaf groep 1 tot het geregeld was. Met als vreemd gevolg dat ik al drie jaar Franse les geef aan de toppers uit Teun z’n klas. Geen top 10 wereldtaal, maar wel interessant voor de taalontwikkeling.

Zuid-Afrika heeft maar liefst elf officiële talen. Op school is de voertaal Engels en daarnaast krijgen de kinderen vanaf de jongste groepen Afrikaans en isiXhosa. Over de laatste taal kan ik alleen vertellen dat er een grappige tongklik in zit (daar staat de letter X voor) en dat de woorden daardoor lastig uit te spreken zijn. Probeer het woord voor ‘kever’ maar: uqongqothwane. Soms is er een klein touwtje aan vast te knopen, zo leerde Tünde het isiXhosa woord voor motor: isithuthuthu.

Afrikaans daarentegen is een feest der herkenning! Afrikaans is een West-Germaanse taal, een dochter van het Nederlands: 90 tot 95% van de woordenschat is van Nederlandse origine. Dat maakt de taal niet alleen herkenbaar maar vaak ook vermakelijk. Sommige woorden zijn heel letterlijk of zo fonetisch dat je ze wel drie keer moet lezen om te begrijpen wat er staat. Op internet zijn talloze lijstjes te vinden met grappige Afrikaanse woorden. De leukste wat mij betreft: skootrekenaar (laptop), bromponie (scooter), kameelperd (giraffe), padvark (wegpiraat), yuppiegriep (burn-out), mengeldrankie (cocktail), peuselhappies (toastjes en zo), blokkiesraaisel (kruiswoordpuzzel), inlichting-aftrekplek (toerismekantoor), holrol (wc-rol), amperbroekie (string) en skeletklets (lichaamstaal). Hardop uitspreken werkt soms nog het beste. Pas toen ik dat deed, begreep ik wat er op het bordje in buurvrouw Erna’s keuken stond: Oop vir Aandete, oftewel: Open voor Avondeten.

 

Met dank aan Kaapstad Magazine, voor het leukste lijstje Afrikaanse woorden.

http://www.kaapstadmagazine.nl/leuke-afrikaanse-woorden

Left? Right!

Nu we hier bijna een maand wonen, zie ik steeds meer dingen die voor de mensen hier misschien niet zo bijzonder zijn, maar voor mijn nog West-Europees ingestelde geest wel. Zo is hier het verschil tussen arm en rijk enorm te noemen. In termen van geld, welteverstaan. Want iedereen heeft hier uitzicht op de prachtige bergen rond de Franschhoek vallei en ook de zalige temperatuur is voor iedereen gelijk. Om het beestje maar even bij naam te noemen: de (meeste) zwarten zijn hier arm en de (meeste) blanken rijk. En nog zwart-witter: de zwarten (en de coloured, zoals mensen tussen blank en zwart in hier worden genoemd) werken voor de blanken en doen dan voornamelijk het fysieke werk: schoonmaken, schilderwerk en in de wijnvelden. Ze verdienen, nee ze krijgen gemiddeld 20 ZAR (€1,40) per uur en verdienen daarmee per week wat een blanke per uur verdient. Geen wonder dat hun kinderen naar de lokale, kwalitatief mindere scholen gaan; het schoolgeld van de particuliere scholen, en later college en university, is voor hen onbetaalbaar. En met een beperktere opleiding kun je raden wat je kans op succes is ten opzichte van de Bridge House afgestudeerden…

Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik totaal geen racistische inslag heb. Kleur zegt me niets en andere culturen vindt ik vooral interessant. Maar afkomst bepaalt wel voor een groot deel hoe je in het leven staat, wat je meekrijgt en wat er van je terecht komt. Want hoezeer we met Stichting Kusasa ook ons best doen om talentvolle zwarte kinderen een kans te geven op een beter leven (bijvoorbeeld door ze een beurs voor Bridge House te geven), als hun ouders dat niet begeleiden, omdat die zelf niet kunnen lezen of schrijven en omdat ze hun weekloon op vrijdagmiddag al uitgeven aan drank, is het lastig presteren. Bovendien voelen deze kinderen zich helemaal niet thuis op de eliteschool die Bridge House is. Het is alsof ze op een andere planeet terecht komen. Een planeet waar de bewoners ongetwijfeld hun eigen geld-, drank- en relatieproblemen hebben, maar dan als gevolg van een overschot en niet een tekort. Als je als township-kind thuis geen steun krijgt bij je huiswerk en je (veelal gescheiden) ouders je al op jonge leeftijd liever als bron van inkomsten zien dan als een verbeterde versie van henzelf, dan wordt het heel lastig.

Bij de lokale supermarkt hier wordt ik iedere dag begroet door een zwarte man in een geel verkeershesje. Zodra je de supermarkt uitkomt, biedt hij met een intens vriendelijke glimlach aan je boodschappen in de auto te zetten. Daar geef je hem dan 5 Rand (€0,35) ofzo voor en dan helpt hij je ook nog met uitparkeren. Dat kan ik als geëmancipeerde West Europeaanse natuurlijk best zelf, vond ik, dus ik bedankte hem altijd vriendelijk. Bovendien vond ik het ook een beetje gênant om hem voor me te laten ‘werken’. Tot ik me realiseerde dat dit natuurlijk gewoon zijn inkomstenbron is, waarmee hij wellicht zijn kinderen een betere toekomst wil geven dan hij zelf nog voor zich heeft. De man komt uit Malawi en is vorig jaar een keer in elkaar geslagen en beroofd van zijn zuur verdiende geld. De tanden in zijn brede glimlach zijn dan ook recentelijk vernieuwd door een tandarts die is betaald uit een inzamelingsactie door klanten van de supermarkt. Hij heeft geen opleiding, maar die glimlach is zijn marketingtool, zijn unique selling point en hij heeft talent! Ik besloot hem zijn werk te laten doen en terwijl hij mijn boodschappen inlaadde, stapte ik alvast achter het stuur om wat geld uit mijn portemonnee te halen. De Malawi kwam naast mijn raampje staan en vroeg met zijn prachtige glimlach: “Miss, are you waiting for someone?” Ik begreep niet wat hij bedoelde, tot ik zag dat mijn stuur ontbrak. Of eigenlijk: ik was aan de verkeerde kant van de auto ingestapt! Een fout die ik als West-Europeaanse maar blijf maken in dit linksrijdersland. Over gênant gesproken! We hebben er samen hartelijk om gelachen, de Malawi en ik. Hij heeft beloofd dat hij het tegen niemand zou vertellen en ik beloofde mezelf dat hij vaker mijn boodschappen mag dragen.

Loslaten

Laat ik het eens hebben over loslaten. Dat was natuurlijk één van de redenen voor ons vertrek naar Zuid-Afrika: even loslaten wat we gewend waren vast te houden. Werk (hoe leuk ook), sociale verplichtingen (hoe leuk ook) en het moordende tempo waarin alles moet gebeuren. We wilden even stilstaan bij deze fase in ons leven, genieten van onze heerlijke kleuter die al zo snel wijs wordt en de andere twee de ervaring dat ze een grote verandering in hun leven aan kunnen. Voor onszelf hoopten we eindelijk tijd en energie over te houden voor wat vaker sporten en… schrijven. Werktechnisch zouden we even op half tempo functioneren, want helemaal niets doen is ook niets voor ons. Dat een terugschakeling in tempo ook voor frustratie kan zorgen, had ik even over het hoofd gezien. Ik heb het niet over het leeftempo, maar dat van de internetverbinding!

In Honselersdijk (of all places) hebben we sinds kort een razendsnelle glasvezelverbinding met de rest van de wereld. Hier gaan we bijna weer terug naar inbellen via de telefoonlijn. Hoewel het niet eens zo lang geleden is dat ik (tijdens ons jaar in Boedapest weliswaar) het stekkertje uit de telefoon haalde om dat in mn computer te steken en met een krakende melodie van telefoontonen in te bellen. Zo erg is het hier niet, maar traag is het wel. En duur! De eerste week maakten we gebruik van een minirouter die we in Nederland hadden gekocht en waarin je simpelweg een lokaal SIM-kaartje steekt. Daarop hadden we 260 Rand (zo’n €15) tegoed gezet. Zo werkt dat hier, je koopt data (MB’s) en airtime (belminuten) zodat je precies weet wat je uitgeeft. Het grootste deel van de bevolking heeft nu eenmaal niet de zekerheid van inkomen en al helemaal niet dat er maandelijks genoeg geld is voor een internetverbinding. Dat tegoed, daar waren we met ons mail-, skype- en facebookgedrag al na anderhalve dag doorheen. Reken maar uit wat je dan per maand kwijt bent! Gelukkig wonen we recht tegenover onze Louwerse-vriendjes dus na wat geknutsel stond er een router in de dakgoot in een waterdichte behuizing gemaakt van een jerrycan. Daarmee maken wij gebruik van hun ADSL-verbinding: top! Tot aan het begin van de oprit dan, want verder van de router ziet de skype-verbinding eruit alsof je Minecraft (blokjes, voor de no-knows) speelt. Mail verzenden is ook zo’n ding: keer op keer lukt het niet, hoe klein ik de bijlage ook maak. Tot er blijkbaar ineens ergens bandbreedte ontstaat en al mijn mislukte mails in één keer toch worden verzonden. Zo frustrerend!! Het zal niet de laatste keer zijn dat de nieuwsbrief van de kids drie keer in je mailbox verschijnt, alvast sorry daarvoor. Mark las ergens dat de internetsnelheid in Zuid-Afrika op nummer 128 van de wereld staat, dus what can you expect? Betreffende de betaalbaarheid scoort dit land ook laag: positie 94. Slecht en duur dus…

Maar hé, we wilden loslaten! Dus moet je creatief zijn: ons ‘kantoor’ staat in de voorerker van ons huis en we skypen op de oprit, alles zo dicht mogelijk bij de jerrycan. En verder nemen we maar een voorbeeld aan de internetverbinding: af en toe doen we helemaal niets en als we al iets doen, dan toch zo langzaam mogelijk. Dat blijkt nog knap lastig voor ons. Het is niet onze mindset en dat blijkt wel uit de verbazing waarop ik mezelf telkens weer betrap als ik hier mensen zie liggen onder een boom of zie zitten nixen voor hun huis, of wat daar voor door moet gaan. Daar hoef je echt niet jaloers op te zijn en toch… zij lijken geen last te hebben van (mentale) werkdruk, sociale verplichtingen en trage internetverbindingen. Misschien moet ik daar eens een voorbeeld aan nemen. Minder ‘to do’ en meer ‘to be’… Doet met denken aan het verhaal over de visser:

Een rijke fabriekseigenaar zag tot zijn afschuw een visser lui naast zijn boot liggen en een pijp roken. ‘Waarom ben je niet aan het vissen?’ vroeg de fabriekseigenaar. ‘Omdat ik genoeg vis heb gevangen voor vandaag.’ zei de visser.

‘Waarom vang je er niet nog een paar?’ vroeg de fabriekseigenaar.

‘Wat zou ik ermee moeten?’ vroeg de visser.

‘Je zou geld kunnen verdienen,’ luidde het antwoord. ‘Daarmee zou je een motor op je boot kunnen laten monteren om verder de zee op te gaan en meer vis te vangen. Dan zou je genoeg verdienen om nylon netten te kopen en die zouden je nog meer vis en meer geld opleveren. Al gauw zou je genoeg geld hebben om twee boten te bezitten … Misschien wel een hele vloot. Dan zou je een rijk man zijn, net als ik.’

‘Wat zou ik dan doen?’ vroeg de visser.
‘Dan zou je werkelijk van het leven kunnen genieten’ besloot de fabriekseigenaar.
‘En wat denk je dat ik nu aan het doen ben?’ antwoordde de visser.

Manners, integrity and respect

Als er iets is opgevallen tijdens de eerste schoolweek dan is het wel dat normen en waarden hoog in het vaandel staat op de Bridge House School. Iedere ochtend verzamelen de leerlingen, zo’n honderd per twee leerjaren (grades), op het pleintje voor hun klaslokaal. In keurige rijtjes en in absolute stilte wachten ze, soms wel een paar minuten, op het (onder)hoofd van de school voor de dagelijkse toespraak. Het ziet er zalig geordend uit, die rijtjes met blauwwitte ruitjesjurkjes, witte kniekousen, zwarte schoenen en brave paardenstaarten. Afgewisseld door rijtjes jongens in hagelwitte polo’s, zandkleurige broeken, donkerblauwe kniekousen, zwarte schoenen en met gel-loos haar. Op Bridge House draag je een schooluniform, van je vierde tot je achttiende jaar. ‘Anything fancy’, zoals sieraden of haarversiering, is niet toegestaan. Ruim 700 dezelfde mensjes met als enige onderscheid dat de hogere grades net even een ander ruitje of spencertje dragen dan de lagere. Die eenheid geeft rust, want niemand kan pochen met z’n nieuwe merkschoenen of haar prachtig ingevlochten haar. Daarover hoeven ze in hun rijtje, wachtend op de speech, dan ook niet te kletsen. En gekletst wordt er niet, zelfs niet gefluisterd. De oorverdovende stilte wordt doorbroken door een gezamenlijk “Good Morning Mrs Whatshername”, waarop Mrs Whatshername (sorry, ik weet echt niet hoe ze heet :|) haar leerlingen begroet. Ze vertelt wat er vandaag op het programma staat, benoemt enkele aandachtspunten en vraagt of er nog jarigen zijn. Als die er zijn, worden ze luidkeels door de hele groep toegezongen. Tot slot moedigt Mrs Whatshername de kids nog even aan om vandaag weer het beste uit zichzelf te halen en alles te geven. Daarna lopen de kinderen gehoorzaam in rijtjes achter hun lerares aan naar de klas.
Tijdens de wekelijkse Assembly op vrijdag zingen de kinderen trots het schoollied en vertelt Mr Barrow, het hoofd van de school, over het thema van die week. Voor iedere groep op een eigen niveau. Deze eerste week na de vakantie werd begonnen met punt 1 uit de mission statement van Bridge House: manners, integrity and respect. Grade 4 (Teun) en 5 kregen een presentatie over ‘Hoe gedraag je je op internet’, de 10 do’s en don’ts. En met Grade 2 (Tünde) en 3 werd gedebatteerd over hoe je goede manieren uit: met behulp van de vijf zintuigen. Oftewel, alles waar je naar kijkt en luistert, wat je ruikt, zegt en aanraakt, bepaalt of je je integer gedraagt. Nu ben ik zelf een redelijk vrije denker, ik vind dat je lekker zelf moet bepalen wat je wilt zien, horen, ruiken, zeggen of aanraken. Maar er zit wel wat in. Door kritisch te zijn op wat je ‘binnen’ laat, toon je respect voor jezelf. Dat begint al in Grade 2 en is zeker handig als je in Grade 4 een facebook account aanmaakt en leuke selfies gaat plaatsen. Want, zo was de boodschap van Mr Barrow: die foto’s kunnen je decennia later achtervolgen als je solliciteert op je droombaan. Bovendien is het aanmaken van een facebook account in Grade 4 op zichzelf al illegaal, aangezien je daar volgens de regels van facebook minimaal 12 jaar voor moet zijn. Dat is de regel en daar houd je je aan. Het is maar dat je het weet…
Creëer je creatieve volwassenen door ze als kind naar school te laten gaan in een uniform? Worden ze succesvol door ze te “drillen” met normen en waarden? Krijgen ze zelfvertrouwen van het gezamenlijk zingen van het schoollied?

Ik ben er nog niet uit. De kinderen lijden er in ieder geval niet onder, ze ogen blij en ontspannen. Dat blijkt wel als ze hun juf iedere morgen één voor één een knuffel komen geven. Dat maakt geen deel uit van ‘the drill’ maar van een oprechte liefde voor hun juf en die is wederzijds. Zij brengt ze bij wat ze nodig hebben om een prettig en gelukkig mens te zijn: manieren, integriteit en respect.

Amen.

T&T in uniform

Happy Tünde

Bridge House School

Omdenken

Jaaaa, we zijn er! Na een reis van 48(!) uur zijn we eindelijk op de plaats van bestemming aangekomen: het prachtige Franschhoek. Hoewel we vanwege de kosten (alles gaat bij ons maal vijf hè) hadden gekozen voor een vlucht met tussenstop, was het natuurlijk niet de bedoeling dat we er zó lang over zouden doen. Het begon al op Schiphol, waar we door een of ander onbenullig maar blijkbaar ongelooflijk belangrijk lampje in de cockpit vier uur vertraging hadden. Daardoor misten we onze aansluitende vlucht op Doha (Qatar) naar Kaapstad. We werden opgevangen door een mannetje die ons vertelde dat we op een vlucht naar Johannesburg konden worden gezet zodat we van daar naar Kaapstad konden vliegen. Uiteraard met de nodige wachttijd tussendoor, maar prima. Helaas… omdat bij ons alles maal vijf gaat, was er niet genoeg plek op die vluchten en kregen we een alternatief aangeboden: een uurtje vliegen naar Dubai, daar vier-en-een-half uur wachten en dan door naar, jawel: Kaapstad. Mooi! Alleen niet vandaag maar zaterdagochtend om 2 uur. Het was op dat moment vrijdagochtend half 4… drie witte bekkies staarden ons aan: “Wat gaan we doen papa? Ik ben een beetje moe mama”. Gelukkig kregen we een speeddate met Qatar aangeboden en zaten we een half uur later in een busje op weg naar het centrum van de woestijnstad, die niet op ons lijstje van nog uit te voeren city trips stond. Ruim veertig graden Celsius, meer gebouwen in aanbouw dan af en verder zand, zand, zand.

Mocht je bovenstaande lezen als een klaagzang van onze kant, lees het dan nog eens. Het is slechts een opsomming van feiten, want wij hebben eigenlijk best wel genoten van de reis. Na weken van werken, voorbereiden en afscheid nemen, was daar ineens het GROTE NIETSDOEN. Een beetje rondwandelen en mensen kijken op verschillende vliegvelden, je rond laten rijden door een stad die je niet kent, minimaal acht maaltijden aangeboden krijgen waar je niets voor hoeft te doen noch te betalen, de tijd verdrijven met films kijken die je altijd al een keer had willen zien (The Notebook, prachtig!), eindelijk ‘ja’ zeggen tegen een potje patience met de kinderen… We hadden deze uren gewoon nodig ons drukke leven in Nederland achter te laten. Het (Mercure) hotel in Qatar had wifi, prima airco, een goede keuken en een heerlijk zwembad. We hebben er in twee fasen heerlijk een paar uurtjes geslapen zodat we deel twee van de reis vol goede moed aangingen. Om middernacht stond het busje weer voor de deur om ons naar het vliegveld van Doha te brengen en drie uur later stonden we al in Dubai. Terwijl de zon opkwam en Dubai wakker werd, speelden de kids in de indoor speeltuin van de indrukwekkende vertrekhal. Die vier-en-een-half uur waren zo voorbij en aan het eind van de middag landden we op Kaapstad International Airport, precies 48 uur nadat we van Schiphol hadden moeten vertrekken. Zou onze bagage dezelfde weg hebben gevolgd? Natuurlijk! Bij de bagageband aangekomen, draaiden onze tassen al vrolijk rond en stonden we in no time buiten. Het regelen van de huurauto ging al even soepel en drie kwartier later werden we door de familie Louwerse, compleet met spandoek, juichend welkom geheten in de Huguenot Street. Ook hun geduld was natuurlijk behoorlijk op de proef gesteld. Wat heerlijk om ze weer te zien! We trokken een fles bubbels open, aten pasta à la Erna en voelden ons direct thuis in het heerlijke huis met uitzicht op de bergen. Soms moet je even een knop omzetten om een tegenvaller of ongelukkige situatie te neutraliseren en om te buigen naar iets positief. Omdenken noemen ze dat :-).